Nadenken: Terugblik naar vroeger (dit document dateert van 2004)

- toen veiligheid nog vrije verantwoordelijkheid was -

** Addendum 17/01/2009: Krijg deze powerpoint hierover, maar het geboortejaar is twee jaren vervroegd naar 1978 **

Vroeger, ja vroeger... dit is voor iedereen die voor 1980 geboren is. Als je na 1980 geboren bent, heeft dit niets met jou te maken. De kinderen van tegenwoordig worden in de watten gelegd. Ben jij als kind opgegroeid in de 50er, 60er of 70er jaren, dan is het, terugkijkend, onvoorstelbaar, dat je zo lang hebt kunnen overleven! Als kind zaten we in de auto zonder gordel en zonder airbags. Onze bedjes waren geschilderd in prachtige kleuren met verf vol met lood en cadmium. De medicijnflesjes uit de apotheek konden we gewoon open krijgen, net als overigens de fles met bleekmiddel.  Deuren en ramen bedreigden continue onze vingertjes. Op de fiets hadden we nooit een helm op. We dronken water met de mond aan de kraan in plaats van uit een fles. We bouwden zeepkisten en kwamen er pas op de eerste rit, bergafwaarts, achter, dat we geen rem hadden. Na enige ongelukken konden we daar prima mee omgaan. 's Morgens gingen we naar buiten om te spelen. We bleven de hele dag weg en moesten pas thuis zijn als de straatlantaarns aangingen. Niemand wist waar we waren en we hadden geen mobiele telefoon mee. We sneden ons, braken onze botten en tanden en er werd niemand voor aangeklaagd.  Zelfs de beste van de klas had soms al eens een hersenschudding gehad.  Het waren gewoon ongelukken en de enige die schuld had, waren we zelf. Kan jij je nog zgn. "ongelukken" herinneren? Soms waren er vechtpartijen en bestond zoiets als "een blauw oog". Daar  moesten we mee leven. Volwassenen interesseerden zich daar zelfs niet voor. We aten koekjes, brood met een extra dikke laag boter, dronken Cola en werden evengoed niet te dik. We dronken met vrienden uit dezelfde fles en niemand ging daar dood van. We hadden geen: Playstation, Nintendo, X-box,  Videogames, 64 TV-zenders, Videofilm, Surround-Sound, noch een eigen TV, computer of Internet-chatrooms. Maar wat wij hadden waren VRIENDEN. We gingen gewoon naar buiten en daar kwamen we elkaar tegen. We gingen naar hun huis en belden aan. Bij sommigen hadden ze liefst dat gewoon naar binnen gingen zonder aan te bellen. En dat zonder van te voren af te spreken en zonder dat onze ouders dat wisten. Niemand bracht ons en niemand haalde ons weer op... Hoe was het in godsnaam mogelijk? Als de ketting van onze fiets afviel, stopte er altijd iemand om te helpen.  Elke fiets had een fietspomp, en we gebruikten die van een ander en plaatsten die altijd terug.  Als mijn ouders geen tijd hadden, reed ik zelf met de fiets meer dan 50 km van Brugge naar Dadipark (hŤt speelplein waar je zelf kon en moet spelen, nu voor veiligheid afgekeurd - hoe is het mogelijk!), en na een dag spelen moest ik mij de laatste kilometers naar Brugge sleuren en thuis viel ik van vermoeidheid gewoon om van mijn fiets (daarom ben ik met de auto zo hoffelijk tegenover fietsen, wij moeten maar op een 'plankje' duwen om vooruit te gaan), maar het waren de volste dagen van mijn jeugd.  Als een van mijn elf broers/zussen en ik op straat vochten en er kwam een volwassene ons uit elkaar trekken, dan werden we op slag weer vrienden en werden we boos op die volwassene.  Toen ik eens een 'lap rond mijn oren' kreeg van de buurvrouw, zweeg ik thuis in alle talen, want mijn moeder zou er - volledig terecht - een bij gegeven hebben.  Nu belt men bij lawaai eerst naar de politie en laat die praten met de buren.  Als een papa een vuurtje in de straat maakte, kwam iedereen snoeitakken verzamelen om in het vuur te werpen.  Soms zat de boer achter ons, maar soms leerden we ook hoe zwaar het was om bieten te rooien voor een energievolle reep spek van zijn eigen zwijntjes.  Nu reclameren ze in Bellegem als de straat vuil is omdat de boeren 's nachts moeten werken om de bieten te rooien (zie deze link).  We bedachten zelf spelletjes met stokken en tennisballen. We aten wurmen en die leefden niet voor altijd in onze magen verder. Met de stokken prikten we elkaar  bijna nooit in de ogen. Met voetballen op straat mocht je alleen meedoen als je goed genoeg was.  Als je niet goed genoeg was, moest je met teleurstellingen om leren gaan. Sommige kinderen waren niet zo goed op school als anderen. Ze haalden onvoldoendes en bleven zitten.  Dat leidde niet tot emotionele ouderavonden of zelfs tot veranderde prestatienormen. Soms  hadden onze daden consequenties. Dat was logisch en daar kon niemand zich voor verstoppen. Als iemand van ons iets verbodens had gedaan, was het normaal, dat de ouders je er niet uithaalden. In tegendeel, ze waren het met de politie eens! Stel je voor! Onze generatie heeft  vele probleemoplossers en uitvinders, die bereid zijn risico's te nemen, voortgebracht.  We hadden vrijheid, we verzaakten, we hadden succes en namen verantwoording. Met al die dingen konden we zeer goed omgaan. Bij die generatie hoor jij ook.

Wees blij!  Want je hoort bij degenen die nog weten wat het is om verantwoording op te nemen en schuld te dragen waar nodig!  Laat deze generatie niet versagen en de problemen oplossen die torenhoog worden.  Ik doe in elk geval mee!

Deze tekst is gebaseerd op 'spam-mail' waar ik normaal tegen ben, maar dat ik ditmaal zo prachtig vond, dat ik het nagenoeg volledig overnam en op een paar plaatsen (ik-vorm) heb aangevuld.

Addendum d.d. 17 oktober 2004: Mijn echtgenote en drie kindjes waren vandaag met oma naar Rumbeke bos om hun energie wat uit te leven.  Ze komen een bordje tegen met een mama met een kind aan de hand en met de meldingen "Honden aan de leiband - paarden niet toegestaan".  Terwijl floris een kever ontdekt onder bladeren, en marieke en stientje wat bladeren oprapen van de grond, komt er plots iemand op hen af (marieke dacht dat 't een papa was die Robin Hood speelde omdat hij zo'n petje had).  Zeer nors toont hij een aanstellingsbewijs en zegt dat hij 'bospolitie' is (op de schouder stond ook politie, dacht mijn echtgenote), en vraagt de identiteitskaart van mijn echtgenote.  Nu is mijn echtgenote veel veel braver dan ik, en ze geeft dat en is zeer vriendelijk.  Na verder nors opmerkingen dat zij het reglement had moeten lezen (wellicht helemaal, denk ik), excuseert zij zich dat ze niet wist dat ze niet van het paadje mochten afwijken, en in welk bos ze dan mochten spelen.  "In geen enkel bos in Vlaanderen meer, mevrouw".  Of hij daarmee WalloniŽ als alternatief buitenland bedoelde, weet ik niet, want het is mij niet direct meer duidelijk wat van de bossen federaal en regionaal is, maar ze vroeg ter bevestiging: "En het Kluisbos?""Ook niet".  "En Tillegem Bos?".  "Ook niet, enkel de paadjes".  Na de verrassing van mijn echtgenote te hebben gezien (en terwijl ze net denkt aan bovenvermelde mail die ik haar gisteren toevallig gaf, en ook het feit dat mijn dochtertjes en ik zelf verleden week zaterdag onder bladeren en zand van een vermoeiend maar ook verfrissend 'Kluisberg-gevecht' terug kwamen), vermeldt hij aanvullend: "Enkel het Muziekbos te Ronse, en nu ook het nieuwe speciale speelbos in Ieper, Mevrouw".  Uiteindelijk kalmeert hij een beetje en meldt hij haar de boete maar om te zetten in een "aanmaning"

Uiteindelijk worden ze beduusd de uitgang gewezen, en ze komen aan bij het speelpleintje, waar mijn zoontje floris van net 12 jaar het volgende bordje leest: "Toegelaten voor kinderen van 3 tot 10 jaar".  Hij vraagt aan mijn echtgenote (subjectief maar ook objectief gezien een super-moeke): "Waar moet ik nu met mijn energie naar toe?".

Ik denk er sterk aan om een voorstel te doen om heel dat reglement en al die plakkaten meteen maar te vervangen door ťťn bord:

"Kinderen aan de leiband (en ouders ook)".

Jammer dat mijn kindjes bang zijn van zo'n man, maar anders keerde ik daar volgende week terug, noteer ik naam en toenaam van die bospolitie, en vraag ik zelf een boete uit te schrijven van 25 EUR wellicht, en maak ik er een proces met annex relletje van.   Trop est trop.

Door dit laatste feit verdient dit artikel nu plots een vast plaatsje in mijn rubriek "Belgium, het land dat gek maakt".

VAN BELLE Jean Marc, geboren te Brugge op 26/06/1965
wonende te Bellegoed, Bellegem (geen toeval, dat bestond toen niet en dat bestaat nu nog niet)
info@logocom.be

 

Op advies van een liever anonieme lezer uit Kluisbergen (en mijn dank voor de interessante hyperlinks), dit addendum, zijnde een persartikel uit vrtnieuws.be & fet (Financieel Economische Tijd) over uitspraak De Gucht:

Mijn commentaar: