zes

 

de kleine morgen breekt
zo zoet en zalig aan
ze geeft het lage licht
een volle felle vacht

je zachte zoete kus
duwt deze nacht opzij
de tafel dient gedekt
mijn klok komt naderbij

die domme drukke weg
ze dwingt mijn denken snel
het wachten werk vangt aan
de tijd verloopt nu wel

de nieuwe avond vraagt
de duisternis weer aan
ik grote mens ben moe
en vraag weer dromen aan

de late avond valt
en brengt nu pas de rust
maar voor het eerst vandaag
ben ik mezelf bewust

 

(uit respect voor het liedje "De Zotte Morgen")